De overheid versterkt het beleid rond terugkeer naar werk bij arbeidsongeschiktheid. Nieuwe richtlijnen over ziektebriefjes, gewaarborgd loon, medische overmacht en contactprocedures. Hieronder een overzicht van de belangrijkste wijzigingen.

Beperking van de vrijstelling van het ziektebriefje
Men scherpt de regel aan dat een werknemer geen ziektebriefje moet voorleggen voor de eerste ziektedag. Voortaan geldt deze vrijstelling nog maximaal twee dagen per kalenderjaar, in plaats van drie. Dat geldt zowel bij één dag ziekte als voor de eerste dag van een langere ziekteperiode.
Werkgevers met minder dan 50 werknemers (geteld op 1 januari) kunnen hiervan afwijken via een cao of het arbeidsreglement, en dus toch voor elke arbeidsongeschiktheid een ziektebriefje vragen.
Verlenging van de hervaltermijn voor gewaarborgd loon
De hervaltermijn voor het recht op gewaarborgd loon wordt verlengd van 14 dagen naar 8 weken. Concreet betekent dit dat een werkgever niet opnieuw gewaarborgd loon moet betalen wanneer een werknemer na werkhervatting opnieuw ziek wordt binnen de acht weken na een eerdere ziekteperiode.
Is het gewaarborgd loon uit de vorige ziekteperiode nog niet volledig opgebruikt, dan betaalt de werkgever het resterende saldo.
Er is wel gewaarborgd loon verschuldigd als uit een medisch attest blijkt dat de nieuwe arbeidsongeschiktheid het gevolg is van een andere ziekte of een ander ongeval.
Uitbreiding neutralisatie van het gewaarborgd loon bij gedeeltelijke werkhervatting
Vanaf 1 januari hoeft de werkgever tijdens de volledige periode van gedeeltelijke werkhervatting geen gewaarborgd loon meer te betalen als de werknemer opnieuw arbeidsongeschikt wordt door ziekte (geen beroepsziekte) of ongeval (geen arbeidsongeval of wegongeval).
Wijziging in de termijn om de procedure medische overmacht te starten
De regelgeving verkort de vereiste periode van ononderbroken arbeidsongeschiktheid voor het opstarten van een procedure wegens medische overmacht van 9 naar 6 maanden. De periode wordt onderbroken zodra de werknemer (ook gedeeltelijk) het werk hervat, tenzij die binnen de 14 dagen opnieuw arbeidsongeschikt wordt.
Sinds 1 april 2024 moet een werkgever die de arbeidsovereenkomst beëindigt wegens medische overmacht een bijdrage van €1.800 betalen aan het Terug Naar Werk-fonds (RIZIV). De werknemer kan deze middelen vervolgens gebruiken voor gespecialiseerde dienstverlening op maat zoals onder andere loopbaanbegeleiding of gepersonaliseerde coaching.
Deze bijdrage geldt niet wanneer de werknemer zelf medische overmacht inroept om de overeenkomst te beëindigen of wanneer werkgever en werknemer samen het einde van de arbeidsovereenkomst vastleggen.
Procedure voor contact met arbeidsongeschikte werknemers
Het arbeidsreglement moet een procedure bevatten om contact te onderhouden met werknemers die arbeidsongeschikt zijn.
Daarbij moet minstens worden vastgelegd:
- Wie de werknemer zal contacteren.
- Hoe vaak dit contact plaatsvindt.
Deze procedure maakt deel uit van een actief afwezigheidsbeleid, met als doel de terugkeer naar het werk te ondersteunen en voor te bereiden.
Het contact dient niet om de geldigheid van de ziekte of afwezigheid te beoordelen.
