Naar aanleiding van ons magazine Sport Werk(t) gingen we in gesprek met een 6 (toekomstige) Olympiërs. We achterhaalden waar het voor hen begon, hoe zij (professionele) sportbegeleiding ervaarden, wat de meerwaarder er van is en hoe ze zichzelf zien als rolmodel binnen hun sport.

Nu Tokyo 2020 erop zit en ze zich officieel Olympiërs mogen noemen, laten we ze graag nog eens aan het woord.

Koen Naert – Marathon

Arthur De Sloover – Hockey

Julie Vanloo & Ann Wauters – Basketbal

Koen Naert

Hoe ben jij begonnen met sporten?

Op 6-jarige leeftijd begon ik met atletiek bij de plaatselijke club. Ik weet niet of mijn toenmalige trainer/begeleider daarvoor specifiek was opgeleid. Eén coach benoemen die voor mij het verschil maakte kan ik niet. Ik ben vooral mijn ouders heel dankbaar dat ze mij als jonge knaap de kans gaven atletiek te beoefenen en mij overal hebben rond gevoerd om deel te nemen aan wedstrijden.

Wat is volgens jou de meerwaarde van deskundige sportbegeleiding?

Ik vind dat jonge atleten plezier moeten beleven aan hun tijd in de sportclub. Soms vergeten we dat prestaties pas op latere leeftijd hoeven, als dat al hoeft natuurlijk. Daarom ben ik voor een algemene vorming van de atleten tot een bepaalde leeftijd (lopen, springen, gooien). Van daaruit kunnen ze later doorgroeien naar wat hun het beste ligt. Om dit traject af te leggen is het belang van deskundige mensen wel ontzettend belangrijk. Niet alleen het sportieve aspect, maar ook het pedagogische en sociale aspect. Sommige ouders leggen direct veel druk op hun kinderen. De relatie kind-ouder-coach/coördinator is daarom cruciaal.

Wat is volgens jou de meerwaarde van deskundige sportbegeleiding?

Ik vind dat jonge atleten plezier moeten beleven aan hun tijd in de sportclub. Soms vergeten we dat prestaties pas op latere leeftijd hoeven, als dat al hoeft natuurlijk. Daarom ben ik voor een algemene vorming van de atleten tot een bepaalde leeftijd (lopen, springen, gooien). Van daaruit kunnen ze later doorgroeien naar wat hun het beste ligt. Om dit traject af te leggen is het belang van deskundige mensen wel ontzettend belangrijk. Niet alleen het sportieve aspect, maar ook het pedagogische en sociale aspect. Sommige ouders leggen direct veel druk op hun kinderen. De relatie kind-ouder-coach/coördinator is daarom cruciaal.

Soms vergeten we dat prestaties pas op latere leeftijd hoeven, als dat al hoeft natuurlijk.

Heb je van je hobby je beroep kunnen maken?

Ik heb van mijn hobby sinds enkele jaren mijn beroep kunnen maken. Tot eind 2015 combineerde ik het lopen samen met mijn job als verpleegkundige. Sinds 2016 ben ik fulltime professioneel bezig met atletiek. Na mijn carrière hoop ik deze twee te kunnen combineren. Mijn ervaring als coach delen in combinatie met mijn interesse in de gezondheidszorg.

Hoe probeer je je status als rolmodel in te zetten?

Ik probeer mensen aan te zetten om te bewegen. Zo ben ik op sociale media actief, heel makkelijk bereikbaar en sta altijd open om tips te delen. Naar de jeugd toe probeer ik mijn ervaringen en het proces dat ik doorga te delen. Want de jeugd is onze toekomst. Ik probeer de drempel die sommige jongeren voelen, om me aan te spreken zo laag mogelijk te houden. Tenslotte zijn we allemaal gelijk. We doen allemaal wat we graag doen. Althans, dat hoop ik toch!

Ik integreer me dikwijls in een groep van bestaande atleten. De groep van Stijn Fincioen bijvoorbeeld. Ik train vaak met Stijn en kom af en toe eens als stimulans met zijn groep meetrainen. Dan proberen we onze schema’s op elkaar af te stemmen. Samen opwarmen, samen looptechniek en dan zoveel mogelijk combineren. Daar staan de coaches zeker voor open. Ieder doet zijn eigen training en toch hebben we samen getraind. Zo is de participatie niet artificieel en wordt er veel meer gepraat dan op een georganiseerde bijeenkomst. Tijdens het sporten samen is is het ijs dikwijls al gebroken.

Arthur De Sloover

Arthur

Ik ben gestart met sporten toen ik 3 jaar oud was. Toen combineerde ik voetbal en hockey. Maar voetbal liet ik al snel voor wat het was, want voor beide sporten had ik zaterdagochtend een wedstrijd dus kon ik ze niet allebei beoefenen. Later kwam er ook tennis bij dat ik tot mijn vijftiende deed. Ook hier moest ik een keuze maken om fulltime voor hockey te kunnen gaan. Deskundige begeleiding heb ik in mijn jonge jaren zelden gehad. Natuurlijk waren er wel getrainde coaches, maar niets heel professioneel. Pas toen ik op mijn vijftiende bij de jeugdselecties van de nationale ploeg terechtkwam, kreeg ik voor het eerst te maken met een soort van professionele begeleiding. Dit werd steeds professioneler naarmate ik steeg in de oudere leeftijdscategorieën. Er is niet één bepaald iemand die het verschil heeft gemaakt voor mij. De algemene omkadering van talentvolle hockeyers is zo sterk in België dat talent zeker tot zijn recht komt. Een groot voordeel is dat we in België wekelijks kunnen trainen met de jeugdselectie, wat betekende dat de deskundige begeleiding steeds beter werd naarmate de tijd vorderde.

De meerwaarde van deskundige begeleiding is dat je als jonge speler bijna enkel moet focussen op wat echt telt: presteren op het veld. De begeleiding zorgt ervoor dat al de rest op zijn pootjes terechtkomt. Ik heb van mijn hobby mijn beroep heb kunnen maken. Zelf kan ik leven van mijn sport, zonder dat ik daarnaast iets moet doen om financieel rond te komen. Ik studeer ook nog, TEW aan de UA. Dus na mijn sportcarrière ben ik niet van plan om echt nog iets te doen met mijn sport. Maar ik bekijk alles wat ik nu beleef in de sport als een uitdaging, en het kan alleen maar vruchtbaar zijn om mij als persoon te doen groeien

Zelf hebben we veel meegemaakt om te staan waar we nu staan en ik denk dat we onze ervaringen moeten delen met de deskundige begeleiding.

Natuurlijk probeer ik jongere spelers te motiveren om te geraken waar ik nu sta. Ik vind dat heel belangrijk want als jong manneke keek ik ook enorm op naar al de rolmodellen van toen. Ze hebben mij geïnspireerd en doen dromen. Uiteraard is er een lange weg te gaan en dat zeg ik ook aan jonge spelers, maar het belangrijkste blijft om veel plezier te beleven in wat je doet. Ik vind dat wij als rolmodellen exact weten wat iemand nodig heeft op jonge leeftijd. Zelf hebben we veel meegemaakt om te staan waar we nu staan en ik denk dat we onze ervaringen moeten delen met de deskundige begeleiding. Ook moeten we suggesties geven over wat anders of beter moet, maar moeten we ook durven aangeven dat iets goed is en ondersteunt moet worden. Ik denk dat die communicatie nog beter kan.

Julie Vanloo & Ann Wauters

Ann & Julie

Wanneer zijn jullie gestart met sport?

Julie: “Ik ben beginnen basketten op mijn 4e jaar in Oostende. Bij de pre-microben hebben de trainers nog geen diploma nodig. Later ben ik overgestapt naar Ieper, waar ik onder Philip Mestdagh begon te spelen. Dit was uiteraard wel onder professionele begeleiding. De verhuis naar Ieper heeft voor mij alles veranderd. Ze hebben een enorm goede jeugdopleiding.”

Ann: “Ik heb in mijn lagereschooltijd niet echt bij een sportclub gesport. Ik heb hier en daar wel wat sporten geprobeerd, maar dat bleek nooit echt mijn ding te zijn. Ik was wel sportief en sportte veel buiten met vrienden, maar mijn ouders hebben mij nooit geduwd in de richting van één sport. Rond mijn 12de ben ik dan beginnen basketten. Toen ik 15 jaar was ben ik naar Aalst gegaan en daar heeft Claudia Van Horenbeeck mij onder haar vleugels genomen. Ze was niet alleen mijn ploeggenoot, maar ze was ook coach van talentvolle spelers in Antwerpen. Zij nam mij tijdens vakantiedagen, vrije dagen en weekends mee om samen met hen extra te gaan trainen. Zij heeft in België en in het begin van mijn carrière zeker het verschil gemaakt.”

Wat is volgens jullie de meerwaarde van deskundige sportbegeleiding?

Julie: “Ik denk dat het op sociaal vlak niet veel uitmaakt. Een trainer moet goed overkomen en de nodige skills hebben om iets over te brengen. Het is dan natuurlijk wel belangrijk dat hij de juiste methodes kent en weet waar hij mee bezig is. Naar mijn mening zouden er gratis opleidingen moeten zijn voor spelers. Zo geef je iedereen de kans om zich bij te scholen en creëer je meer en kwalitatieve sportbegeleiding. Zo investeer je in de toekomst. Daarnaast zouden ze mensen moeten stimuleren om spelers uit te nodigen en ze te laten spreken over hun ervaringen. Zo kunnen beide kanten zien hoe het eraan toegaat.”

Sport is een enorme meerwaarde voor de gezondheid en het wordt vaak met heel goede bedoeling begeleid, maar niet altijd correct waardoor je ook heel wat fout kan doen.

Ann: Ik heb nu al verschillende fases meegemaakt in mijn leven. Van beginnende sporter tot professionele atleet en nu mama van kinderen die ook beginnen sporten. Ik vind dat we sport als medicijn nog te weinig gebruiken. Sport is een enorme meerwaarde voor de gezondheid en het wordt vaak met heel goede bedoeling begeleid, maar niet altijd correct waardoor je ook heel wat fout kan doen. Je draagt als begeleider een verantwoordelijkheid. Als ouder vertrouw je je kinderen bij die persoon. Daarom is het be-langrijk dat die personen daar ook voor worden opgeleid. Daar moet nog meer worden op ingezet.”

Jullie maakten van je hobby je beroep. Willen jullie hierin verder gaan na je sportieve carrière en hoe zou je daarvoor je verworven status inzetten?

Julie: “Na mijn carrière zou ik graag als trainer van de jeugd aan de slag gaan. Ik geef momenteel al sportkampen en trainingen aan talentvolle meisjes in samenwerking met Project Mensch. De kampen sluiten we telkens af met een All Star game. Het overgrote deel van de Belgian Cats zijn dan aanwezig, er is enorm veel sfeer! Dit laat toch telkens een grote indruk na op de meisjes. Ik heb sinds vorig jaar ook mijn eigen kledinglijn die het heel goed doet. Ik ben enorm actief op social media en wil op die manier jonge meisjes ook stimuleren om te geloven in hun dromen en er telkens 100% voor te gaan!”

Ann: “Ik zit nu in een overgangsfase van professionele sporter naar een andere carrière. Ik heb dus van mijn hobby mijn beroep kunnen maken, maar ik ben nog niet zeker of ik per se wil verder gaan in het basket. Ik wil zeker mijn kennis en ervaring overbrengen naar anderen. Hoe kan ik een impact hebben op andere mensen. Op welke manier dit precies zal gebeuren weet ik nog niet. Dat kan via basket zijn, maar ik heb ook veel zin om een andere wereld te leren kennen. Dat zijn zaken die ik nu voor mezelf ben aan het uitzoeken. De toekomst zal uitwijzen of ik nog in het basketbal zal blijven of niet. Ik wil zowel kinderen als volwassenen inspireren om een gezondere levensstijl aan te nemen. Dit doe ik bijvoorbeeld door mijn verhaal te gaan vertellen via keynotes. De focus ligt dan niet enkel op het basketten, maar meer wat je van en uit sport kan leren en doortrekken naar andere aspecten in het leven.”

Raad voor de jeugd:
Probeer als kind zoveel mogelijk verschillende sportkam-pen/sporten uit om te zien waar je goed in bent en vooral wat je graag doet. Dat is tenslotte het belangrijkste.