(Artikel 17 van het KB van 28 november 1969, betreffende de maatschappelijke zekerheid der werknemers, gewijzigd bij koninklijk besluit van 3 september 2010, BS 28 september 2010)

Artikel 17 stelt dat bepaalde werkgevers uit de socioculturele en sportsector in sommige gevallen vrijgesteld zijn van de verplichting tot het betalen van sociale bijdragen voor bepaalde werknemers . Deze regeling wordt ook wel de 25-dagen regel genoemd.
Men mag maximum 25 dagen per jaar beroep doen op deze regel. Dit betekent maximum 25‘prestaties’ per jaar, of deze nu 1, 3 of 8 uur duren.
Deze limiet van 25 dagen is ‘hoofdelijk’. Dit wil zeggen dat alle prestaties van de lesgever of sportbegeleider worden samengeteld, dus ook de prestaties die deze persoon bij andere organisaties of culturele centra heeft geleverd.

Sociaal statuut

De tewerkstelling onder de 25-dagenregel is dus vrijgesteld van sociale bijdragen (RSZ).

Let op!
– Omdat er geen RSZ betaald wordt, bouwt de werknemer geen socialezekerheidsrechten op voor die dagen van tewerkstelling. Dus geen vakantiedagen noch pensioenrechten.
– Indien het maximum aantal dagen (25) overschreden wordt, moeten er wel RSZ betaald worden (door de werknemer en de werkgever). De 26ste dag van de tewerkstelling bepaalt de grens voor de regularisatie. Indien er op die dag gewerkt wordt dan zullen met terugwerkende kracht alle sociale zekerheidsbijdragen op de voorbije prestaties betaald moeten worden.

Fiscaal statuut

Bij tewerkstelling met vrijstelling van RSZ wordt de lesgever beschouwd als een gewone werknemer worden de verdiensten ook gewoon belast. De werkgever moet daarom een fiche 281.10 aan de medewerker bezorgen. Anderzijds moet de lesgever zijn inkomsten, ontvangen onder de 25-dagenregel, invullen op zijn belastingaangifte.